Vakantie met CPTSS: als ontspanning voelt als overleven
“Lekker, vakantie. Eindelijk even helemaal niets.”
Het is een zin die je ieder jaar opnieuw hoort. Op het werk, op sociale media, in gesprekken met vrienden en familie. Vakantie staat voor ontspanning. Voor vrijheid. Voor zon, rust, nieuwe ervaringen en vooral: even weg van alles. Maar wat als ‘even weg van alles’ voor jou helemaal niet ontspannend is? Wat als juist dat weggaan ervoor zorgt dat je lichaam en hoofd voortdurend op scherp komen te staan? Voor iemand met CPTSS kan vakantie een verschrikking zijn. Natuurlijk heb je behoefte aan rust en wil je genieten. Maar je zenuwstelsel begrijpt niet zomaar dat het vakantie is. Een zenuwstelsel dat jarenlang heeft geleerd om gevaar te herkennen, maakt geen onderscheid tussen een werkdag en een vakantiedag. Het kijkt niet op de kalender en denkt: “Mooi, het is augustus. We kunnen de waakzaamheid even uitzetten.” Zo werkt het niet. Soms begint de vakantie al weken voordat je daadwerkelijk vertrekt. Er moet van alles geregeld worden. Waar gaan we naartoe? Hoe komen we daar? Wat moet er mee? Hoe laat vertrekken we? Wat als er onderweg iets gebeurt? Hoe is de accommodatie? Zijn er mensen? Is het er druk? Kan ik daar slapen? Is er een plek waar ik mij kan terugtrekken? Wat als ik ziek word? Wat als iemand onverwacht iets van mij wil? Wat als ik mijn veilige omgeving mis? Voor anderen zijn dat misschien praktische vragen. Voor iemand met CPTSS kunnen het vragen zijn die zich opstapelen totdat het hoofd geen ruimte meer over heeft.
En dan komt de reis. Een auto die vaststaat in een file. Een trein die vertraging heeft. Een luchthaven vol mensen. Onverwachte geluiden. Andere talen. Geuren. Drukte. Mensen die tegen je aanlopen. Geen controle over wie er naast je zit. Geen mogelijkheid om zomaar naar je vertrouwde plek te gaan. Voor iemand zonder traumabelasting kan dat vervelend zijn. Voor iemand met CPTSS kan het zenuwstelsel al lang voordat de vakantiebestemming bereikt is, in de hoogste versnelling staan. En dan ben je er eindelijk.
“Geniet ervan!”
Maar je lichaam heeft daar soms een heel ander verhaal over. Je slaapt in een onbekend bed. Je hoort geluiden die je thuis niet hoort. De deur klinkt anders. De omgeving ruikt anders. Je weet niet precies wie er buiten rondloopt. Je kent de omgeving niet. Je weet niet waar alles is. Je vertrouwde routines zijn verdwenen. En ondertussen wordt er van je verwacht dat je ontspant. Dat kan een bizarre tegenstelling zijn. Je bent misschien op een prachtige plek, terwijl je vanbinnen voortdurend bezig bent met veiligheid.
Je kijkt wie er binnenkomt.
Je hoort ieder geluid.
Je merkt veranderingen in de omgeving op.
Je denkt vooruit.
Je controleert.
Je analyseert.
Je probeert voorbereid te zijn op iets waarvan je eigenlijk niet eens weet wat het is.
Dat is hyperalertheid en hyperalertheid gaat niet zomaar met vakantie. Sterker nog: doordat de normale structuur wegvalt, kan het soms juist erger worden. Structuur kan voor iemand met CPTSS een vorm van veiligheid zijn. Je weet hoe je dag eruitziet. Je kent je omgeving. Je kent de geluiden. Je weet waar je spullen liggen. Je weet welke routes je neemt. Je weet wanneer je rust kunt nemen. Je hebt je eigen stoel, je eigen bed, je eigen badkamer, je eigen veilige plekken. Tijdens een vakantie valt een groot deel daarvan weg. En dan ontstaat er iets wat voor de buitenwereld moeilijk te begrijpen kan zijn. Je bent ergens waar je volgens iedereen gelukkig zou moeten zijn, maar je voelt je helemaal niet gelukkig.
Want:
Misschien ben je gespannen.
Misschien ben je prikkelbaar.
Misschien wil je helemaal niet naar dat restaurant.
Misschien wil je niet mee naar dat drukke terras.
Misschien wil je niet urenlang door een stad lopen.
Misschien wil je gewoon terug naar de accommodatie.
En soms wil je eigenlijk maar één ding: naar huis.
Dat kan ontzettend veel schuldgevoel oproepen.
“Waarom kan iedereen dit wel?”
“Waarom verpest ik de vakantie?”
“Waarom kan ik niet gewoon genieten?”
“Waarom ben ik zo moeilijk?”
Maar je bent helemaal niet moeilijk.
Je zenuwstelsel probeert je simpelweg te beschermen met de middelen die het ooit heeft geleerd.
Het probleem is dat die beschermingsmechanismen op vakantie niet ineens verdwijnen.
Daar komt nog iets bij. Vakantie brengt vaak verwachtingen met zich mee.
Je zou moeten genieten.
Je zou leuke dingen moeten doen.
Je zou ontspannen moeten zijn.
Je zou blij moeten zijn.
Je zou herinneringen moeten maken.
En wanneer dat niet lukt, kan er een tweede strijd ontstaan: niet alleen de strijd met de spanning zelf, maar ook de strijd met het idee dat je vakantie aan het mislukken is. Het kan helpen om anders naar vakantie te kijken. Vakantie hoeft helemaal niet te betekenen dat je ver weg moet. Vakantie hoeft geen vliegtuig, hotel, camping of buitenlandse bestemming te bevatten. Een rustige dag thuis is soms veel meer vakantie dan een volledig georganiseerde reis. Dat is misschien wel precies wat jouw zenuwstelsel nodig heeft. Want iemand kan duizenden kilometers reizen en geen moment ontspannen. Tegelijkertijd kan iemand anders thuis op de bank zitten, met een kop koffie, een vertrouwde deken en de deur dicht, en voor het eerst in weken werkelijk ademhalen. Dat laatste kan óók vakantie zijn. Voor iemand met CPTSS is rust niet altijd hetzelfde als niets doen. Vakantie kan ook simpelweg een paar dagen zijn waarin je zenuwstelsel eindelijk niet hoeft te vechten, vluchten, bevriezen of voortdurend op zijn hoede hoeft te zijn. Je hoeft alleen maar veilig te zijn en daar begint voor iemand met CPTSS pas echt het idee van vakantie.
Reactie plaatsen
Reacties