Kaartjes: "Ik heb PTSS" / "Ik heb CPTSS"
Uitleggen wat PTSS of CPTSS met je doet, is niet makkelijk. Zeker niet op het moment dat je het juist nodig hebt: midden in een overprikkelde dag, bij een nieuwe collega, of tegenover familie die het niet begrijpt. Woorden schieten dan vaak tekort, en "later uitleggen" komt er vaak nooit van.
Deze kaartjes zijn bedoeld om op zo'n moment gewoon te kunnen laten zien. Geen lang gesprek, geen moeten verantwoorden, maar in een paar zinnen duidelijk maken wat er aan de hand is en, minstens zo belangrijk, wat de ander wél en beter niet kan doen.
Er is een kaartje voor PTSS en een voor CPTSS, in het Nederlands, iets wat online nog nauwelijks te vinden was.
Elk kaartje heeft een voor- en een achterkant:
-
Voorkant: wat PTSS of CPTSS is, in een paar zinnen
-
Achterkant: een overzicht van WEL en NIET, plus een regel om een noodnummer op te schrijven
Zo kan iemand die het kaartje krijgt, in een oogopslag zien waar hij rekening mee kan houden.
Gebruiksaanwijzing
Download en print het kaartje. Print bij voorkeur op stevig papier of kartonpapier, zodat het steviger aanvoelt en langer meegaat.
Knip het uit op het aangegeven pasjesformaat (creditcardformaat).
Laat het laten lamineren, bijvoorbeeld bij een copyshop, zodat het bestand is tegen een regenbui, een portemonnee of een broekzak.
Neem het kaartje mee in je portemonnee, hoesje of tas, zodat het er is op het moment dat je het nodig hebt.
Laat het zien wanneer een gesprek te veel wordt, wanneer je overprikkeld raakt, of wanneer je van tevoren al weet dat een uitleg lastig gaat worden. Je hoeft er niets bij te zeggen, het kaartje spreekt voor zich.
Vul het noodnummer in van iemand die je kan bellen op een moeilijk moment: een naaste, hulpverlener, of de crisislijn.
Voor wie het kaartje ontvangt
Krijg je zo'n kaartje van iemand? Neem het serieus. Je hoeft niet alles te begrijpen of te weten wat je moet zeggen, volg gewoon wat er op de achterkant staat. Dat is vaak al genoeg.