Opgroeien naast trauma
Voor jongvolwassenen van 16 tot 19 jaar
Dit stuk is direct voor jou. Niet voor je ouders of begeleiders maar voor jou.
Je bent oud genoeg om te begrijpen wat er aan de hand is. Misschien al veel langer dan iemand beseft. Je hebt het gezien, gevoeld, mee doorleefd en soms zonder dat iemand je daar ooit iets over heeft verteld.
Dus laten we eerlijk zijn.
Wat er aan de hand is
Als een ouder leeft met PTSS of CPTSS, dan is het gezin gevormd door iets wat veel groter is dan jijzelf. Een zenuwstelsel in permanente overlevingsmodus. Explosies die uit het niets leken te komen. Stille periodes die misschien nog beangstigender waren. Momenten waarop jij voelde dat jij de volwassene moest zijn.
Dat heeft sporen achtergelaten. In hoe je reageert op spanning. In hoe je omgaat met conflicten. In wat je van jezelf verwacht en van anderen.
Dit heet secundaire traumatisering of transgenerationele overdracht.
Je hoeft het trauma van je ouder niet zelf gedragen te hebben om er toch de effecten van te voelen. Het zenuwstelsel leert van zijn omgeving, zeker in de jaren dat je opgroeit. Dat betekent niet dat je 'gebroken' bent. Het betekent dat je lichaam heeft aangepast aan een moeilijke situatie. Die aanpassing kun je ook weer leren afleren.
Wat je misschien bij jezelf herkent
- Je bent hyperalert, altijd de sfeer in de gaten houden, anticiperen op wat er mis kan gaan.
- Je hebt moeite met grenzen stellen, of je stelt ze juist heel hard, er zit weinig tussenin.
- Je voelt je verantwoordelijk voor de emoties van anderen.
- Intieme relaties voelen soms gevaarlijk of overweldigend.
- Je hebt het idee dat je je eigen behoeften niet mag hebben of je weet niet eens wat ze zijn.
- Je bent al lang gewend om te functioneren, maar weet niet meer wie je bent als je níet functioneert.
Dit zijn geen karakterfouten. Dit zijn overlevingsstrategieën die je ooit nodig had, en die nu misschien in de weg staan.
Wat je kunt doen voor jezelf
Je staat op de drempel van je eigen volwassen leven. Dat is een kans. Niet om alles te vergeten of te ontkennen, maar om bewust te kiezen wat je meeneemt en wat je wilt loslaten.
- Zoek begeleiding — een therapeut die werkt met trauma is geen zwakte, het is de slimste investering die je nu kunt doen.
- Leer je eigen signalen kennen — wanneer voel je spanning, angst, woede? Wat gebeurt er in je lijf?
- Bouw je eigen veilige omgeving op — vrienden, plekken, routines die van jou zijn.
- Wees eerlijk over wat je meedraagt — niet als excuus, maar als vertrekpunt.
- Gun jezelf ruimte om ook gewoon jong te zijn — plezier, vrijheid, experimenteren. Dat mag.
- Zoek informatie.
Over de relatie met je ouder:
Je hoeft je ouder niet te redden. Je mag boos zijn op hem of haar. Je mag ook van hem of haar houden. Die dingen sluiten elkaar niet uit. Wat je niet moet doen, is jezelf wegcijferen om de ander heel te houden, dat kost je uiteindelijk te veel.
Als je nu vastloopt
Als je merkt dat je niet meer weet wie je bent buiten de zorg rol, dat je vastloopt in relaties, dat de signalen van vroeger je nu in de weg zitten, dan is dat het moment om hulp te vragen. Niet omdat je het niet zelf kunt, maar omdat je dat niet alléén hoeft te doen.
Een goede therapeut, een coach of een lotgenotengroep kan helpen om te begrijpen waar je vandaan komt en waar je naartoe wilt.