Je staat altijd aan.
Niet een beetje gespannen, maar écht aan. Alsof er diep vanbinnen een knop vastzit die niemand meer uit krijgt.
Je lichaam rust. Jij niet. De wekker gaat en nog voor je ogen open zijn, is het er al.
Dat gevoel. Die leegte. Die spanning die nergens op slaat maar er wel is, elke ochtend weer.
Je voelt je leeg terwijl alles 'oké' lijkt. Mensen zeggen dat je het goed doet. Dat je sterk bent.
Maar vanbinnen is het stil of oorverdovend druk en soms allebei tegelijk.
Je bent er voor iedereen. Je luistert, draagt, helpt, vangt op en je doet het goed ook.
Dat is het rare. Maar als iemand vraagt hoe het met jóu gaat, weet je even niet wat je moet zeggen.
Je zegt "goed hoor" en het voelt als liegen en tegelijk als de enige optie.
Want hoe leg je uit wat je zelf nauwelijks begrijpt?
Je ogen scannen ruimtes voordat je binnen bent. Je lijf reageert voordat jij kunt nadenken.
Spanning zonder aanleiding. Maar met een heel duidelijke impact.
's Avonds op de bank, eindelijk stil en dan juist die onrust. Alsof rust iets is waar je niet meer in past.
Dagen glijden langs je heen. Je doet wat je moet doen. Echt voelen lukt niet altijd.
Je weet precies wie je moet zijn voor de buitenwereld. Maar wie ben je als niemand kijkt?
Wat blijft er over als je stopt met functioneren?
Misschien noem je het stress of vermoeidheid of gewoon hoe het is.
Misschien heb je er geen woorden voor of wil je er ook geen woorden voor, omdat benoemen betekent dat het echt is.
Maar dit is geen karakter, geen zwakte, geen aanstellerij.
Reactie plaatsen
Reacties