Triggers: Negatief en Positief

Gepubliceerd op 16 maart 2026 om 09:40

Wanneer er gesproken wordt over trauma, Posttraumatische stressstoornis en Complexe posttraumatische stressstoornis, krijgt het woord trigger bijna automatisch een donkere lading.

Het is een woord dat vaak samenvalt met angst, ontregeling en herinneringen die zich onverwacht opdringen. Voor veel mensen betekent een trigger dat het lichaam plotseling reageert alsof het gevaar weer opnieuw plaatsvindt. Een geur, een geluid, een bepaalde blik, een plek of een situatie kan het zenuwstelsel in één klap terugbrengen naar een moment dat ooit onveilig was. Triggers staan daardoor zelden in een positief daglicht. Toch is dat eigenlijk maar de helft van het verhaal.

Ons brein werkt namelijk niet alleen met negatieve associaties. Het werkt met associaties in het algemeen. Alles wat ooit gekoppeld is geraakt aan gevaar kan een trigger worden, maar precies hetzelfde geldt voor ervaringen die verbonden zijn met rust, veiligheid, warmte of verbondenheid. Het mechanisme is identiek. Alleen de uitkomst voelt totaal anders.

Dat betekent dat er naast pijnlijke triggers ook positieve triggers bestaan.
Alleen praten we daar veel minder over.

Een liedje dat plotseling een gevoel van rust geeft.
De geur van koffie in de ochtend.
Regen die zacht tegen het raam tikt.
De warmte van zonlicht op je gezicht.
Een hond die rustig tegen je aan komt liggen.
Een vertrouwde stem die je naam zegt.

Dat zijn óók triggers.

Maar in plaats van iemand uit het heden te trekken, doen deze prikkels juist het tegenovergestelde. Ze brengen iemand terug in het hier en nu. Ze helpen het zenuwstelsel herinneren dat dit moment niet hetzelfde is als toen.
In traumatherapie wordt voor dit soort positieve triggers vaak een ander woord gebruikt: ankerpunten.
Een ankerpunt is in wezen niets meer of minder dan een positieve trigger. Een prikkel die het lichaam koppelt aan veiligheid, aanwezigheid of rust. Zodra die prikkel verschijnt, wordt er in het zenuwstelsel een ander systeem geactiveerd dan bij angst. Het systeem dat verbonden is met ontspanning, herstel en regulatie.

Een negatieve trigger trekt iemand uit het heden en werpt hem terug in het verleden.
Een ankerpunt, een positieve trigger, haalt iemand uit de ontregeling en brengt hem terug naar het nu.

Het bijzondere is dat mensen met trauma hun negatieve triggers vaak haarfijn kennen. Ze weten precies welke situaties spanning oproepen, welke geluiden het lichaam laten verstijven of welke geuren herinneringen losmaken. Maar hun positieve triggers zijn vaak minder zichtbaar. Ze worden minder bewust herkend.

Terwijl ze juist van grote waarde kunnen zijn.

Een zachte trui kan zo’n ankerpunt zijn.
Het ritme van wandelen.
De geur van hout of regen.
Een bepaald muzieknummer.
Een kop thee in stilte.
Een plek in de natuur waar het lichaam vanzelf rustiger wordt.

Het zijn vaak kleine dingen. Alledaagse dingen zelfs. Maar neurologisch gezien kunnen ze een groot verschil maken. Ze helpen het brein opnieuw verbindingen te leggen met veiligheid. Ze geven het zenuwstelsel een signaal dat het gevaar niet meer aanwezig is.

Je zou kunnen zeggen dat trauma een netwerk van alarmsignalen bouwt in het lichaam. Het systeem wordt gevoelig voor alles wat ooit met dreiging verbonden was. Herstel betekent niet alleen dat die alarmsignalen langzaam minder krachtig worden. Herstel betekent ook dat er nieuwe verbindingen ontstaan.

Verbindingen met rust.
Met veiligheid.
Met aanwezigheid.

En die nieuwe verbindingen beginnen vaak bij iets kleins. Een geur. Een geluid. Een ritueel. Een aanraking van zonlicht.

Zo’n klein moment kan een soort brug worden. Een brug tussen ontregeling en aanwezigheid. Tussen verleden en heden.

Of, anders gezegd: een anker.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.