Donald Duck.
Hij loopt zijn hele bestaan halfnaakt rond, niemand kijkt ervan op.
Maar zodra hij gaat zwemmen, trekt hij een broek aan. Dat is geen grapje over preutsheid, dat is een perfect trauma-beeld. Bescherming op het moment dat je juist het meest kwetsbaar bent, maar niet daar waar het voor buitenstaanders logisch zou lijken. Bij CPTSS zie je dit voortdurend: mensen die zich jarenlang emotioneel onbeschermd door het leven bewegen, maar bij één specifieke situatie ineens muren optrekken die voor de buitenwereld onbegrijpelijk zijn.
Niet omdat ze raar zijn.
Maar omdat hun zenuwstelsel ergens anders heeft geleerd waar het écht gevaarlijk is.
Popeye
Hij is zwak, hij wankelt, hij wordt in elkaar geslagen. En precies in dat moment, in die totale hulpeloosheid, trekt hij met blote handen een stalen blik spinazie open. De kracht is er dus al. Alleen niet beschikbaar voor het gewone leven. Pas als de nood maximaal is, komt hij vrij.
Hij rent probleemloos over een afgrond. Pas wanneer hij doorheeft dat hij geen grond meer onder zich heeft, valt hij naar beneden.
Dat is hyperwaakzaamheid in cartoonvorm. Zolang het brein in overlevingsmodus zit, functioneert alles. Zodra het bewustzijn volgt, stort het systeem in. Veel mensen met CPTSS “vallen” pas nádat het gevaar voorbij is.
Tom & Jerry
Tom wordt geplet, verbrand, opgeblazen, en staat in de volgende scène weer op alsof er niets is gebeurd. Geen littekens, geen verwerking.
Dat is dissociatie. Het lichaam heeft iets meegemaakt, maar het verhaal is nooit aangekomen. Jerry daarentegen is klein, scherp, altijd alert, altijd vooruitdenkend. Typisch voor wie heeft geleerd dat overleven slimmer is dan sterker zijn.
Hulk / Bruce Banner
Bruce Banner is rustig, slim, beheerst, tot hij té veel stress ervaart. Dan komt de Hulk.
De Hulk is geen kracht, hij is een noodmechanisme. Pure fight-response. Banner schaamt zich ervoor, maar de Hulk bestaat omdat Banner ooit niet veilig was. CPTSS draait vaak om het leren waarderen van delen die ooit levensreddend waren, maar nu ongecontroleerd lijken.
Charlie Brown
Hij gelooft élke keer opnieuw dat Lucy de bal niet zal wegtrekken. En élke keer gaat het mis.
Dat is hechtingstrauma. Niet domheid, maar hoop. De diep menselijke neiging om te blijven geloven dat het dit keer anders zal zijn, ook al wijst elke ervaring het tegendeel uit.
Bugs Bunny
Altijd kalm, altijd grappig, altijd in controle. Maar alleen omdat hij constant drie stappen vooruit denkt. Humor als wapen, slimheid als schild.
Dat is de charmante overlever. Veel mensen met CPTSS worden de grappigste, scherpste persoon in de ruimte, juist omdat ontspanning nooit vanzelfsprekend was.
Dit is CPTSS in zijn rauwste vorm.
Mensen die in crisis functioneren als een noodgenerator, maar in het dagelijks bestaan nauwelijks bij hun eigen energie kunnen. Die ongelooflijke dingen hebben doorstaan, terwijl ze zich nu uitgeput voelen door een simpele afspraak of een verkeerd woord.
Absurd, maar waar
Strips werken met omgekeerde wetten:
-
Kwetsbaarheid verschijnt op onlogische momenten
-
Kracht toont zich pas als het eigenlijk te laat is
-
Bescherming zit op de “verkeerde” plek
Precies zo werkt trauma. Niet lineair, niet rationeel, niet netjes. Het lichaam en het brein volgen een oud script, geschreven in tijden van dreiging. De lezer lacht om Donald en Popeye, maar het zenuwstelsel herkent zichzelf.
Waarom dit zo mooi is
Omdat strips niet uitleggen. Ze laten zien.
Ze zeggen niet: “dit is trauma.”
Ze tonen een wereld waarin gedrag klopt binnen een eigen, innerlijke logica. En dat is misschien wel het meest helende perspectief voor CPTSS:
niet “wat is er mis met mij?”,
maar: welke wereld heb ik moeten overleven?
Misschien zijn strips daarom zo tijdloos. Ze spreken de taal van het innerlijke kind dat nooit een handleiding heeft gekregen, maar wel perfect wist wanneer hij zijn broek aan moest trekken. Of een blik moest openrukken.
Reactie plaatsen
Reacties