Een lotgenoot kreeg een hulphond.
In training. Zoals dat gaat. Elke twee weken naar de opleiding. Procedures, schema’s, evaluaties. Prima. Dat hoort erbij.
Wat niemand zegt: dat een hulphond vanaf dag één geen hond meer is.
Het is een anker. Een zenuwstelsel op vier poten. Een reden om op te staan. Een lijf dat blijft als de wereld wegvalt.
Op een dag wordt gezegd:
“De hond moet examen doen. Drie weken. Dan is hij terug.”
Drie weken werd voor altijd. De hond is gezakt. Dus komt hij niet meer terug.
Geen gesprek.
Geen overgang.
Geen afscheid.
Alleen een mededeling.
Voor de organisatie was het een dossier.
Voor het baasje was het opnieuw alles kwijtraken.
Je kunt geen hechting opbouwen en die vervolgens administratief verbreken zonder schade. Dat is geen pech. Dat is geweld, al staat het niet in het strafrecht.
Want mensen die een hulphond nodig hebben, hebben vaak al geleerd dat wat veilig voelt ineens kan verdwijnen. Dat vertrouwen tijdelijk is. Dat verbinding gevaarlijk is.
En precies dát scenario wordt hier herhaald.
Door professionals. In naam van zorg.
Een hulphond is geen leaseauto die je terugbrengt als hij niet door de keuring komt. Het is geen product dat je “niet haalt” en dus afschrijft.
Wat hier faalt, is niet de hond.
Wat hier faalt, is het systeem.
En wie zegt: “Zo zijn nu eenmaal de regels”, zegt eigenlijk:
Wij zien jouw hechting niet als iets dat telt.
Het baasje bleef achter.
Reddeloos.
Met een leeg huis en een zenuwstelsel dat opnieuw bevestiging kreeg van wat het al wist: hechting is gevaarlijk.
Dit verhaal is waargebeurd.
En het gebeurt vaker dan we willen weten.
Als zorg geen rekening houdt met rouw, verlies en hertraumatisering, dan is het geen zorg. Dan is het uitvoering.
Reactie plaatsen
Reacties