Intergenerationeel Trauma

Gepubliceerd op 19 september 2025 om 13:39

De onzichtbare littekens van intergenerationeel trauma.

Hoe de echo's van het verleden ons dagelijks leven vormgeven.

Stel je voor: je zit aan de eettafel tijdens een familiefeest. Iedereen lacht, de bitterballen gaan rond, maar jij voelt een knoop in je maag. Niemand heeft iets verkeerds gezegd, maar toch voel je een zwaarte, een onverklaarbare afstand. Je oma, die altijd zwijgt over haar jeugd in de oorlog, kijkt afwezig naar haar bord. Later die avond, als je alleen bent, vraag je je af waarom je zo uitgeput bent. Is dit gewoon stress, of is er iets groters aan de hand? Wat als de pijn van je voorouders, hun stille verdriet, nog altijd door jouw aderen stroomt?

Dit is intergenerationeel trauma:
de onzichtbare erfenis van pijn die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het is geen onderwerp dat je even bij de koffie bespreekt. Het is ongrijpbaar, soms zelfs taboe. Maar het erkennen kan een eerste stap zijn naar heling. In deze blog duiken we in wat intergenerationeel trauma is, waarom het zo lastig te bespreken is, en hoe je de echo’s van het verleden kunt herkennen en misschien zelfs kunt verzachten.

Wat is intergenerationeel trauma?

Intergenerationeel trauma is de overdracht van emotionele, psychologische of zelfs lichamelijke pijn van de ene generatie op de andere. Het gaat niet alleen om wat je ouders je hebben geleerd, maar om wat zij onbewust hebben geërfd van hún ouders en zij weer van de generaties ervoor. Denk aan de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, de stille pijn van Indische Nederlanders na de koloniale tijd, of de schaamte rond armoede of verslaving die families decennia lang verzwijgen.

Wetenschap ondersteunt dit idee. Epigenetica, een relatief nieuw onderzoeksveld, laat zien dat stress de manier waarop onze genen werken kan veranderen, zonder het DNA zelf te wijzigen. Het is alsof de stress van je grootouders een soort ‘emotioneel geheugen’ in je cellen achterlaat. Maar het is niet alleen biologie. Families geven ook gedragingen door: een vader die nooit over gevoelens praat, een moeder die altijd op haar hoede is. Deze patronen worden een soort gereedschapskist, maar de tools zijn vaak kapot en toch blijven we ze gebruiken.

De stille signalen: Hoe herken je het?

Intergenerationeel trauma is geen schreeuwend monster; het fluistert. Het verschijnt in momenten die je niet meteen kunt plaatsen. Hier zijn een paar signalen die je misschien herkent:
Onverklaarbare emoties: Je voelt intense angst of woede in situaties die niet zo bedreigend lijken, zoals bij succes of intimiteit. Misschien saboteer je onbewust je eigen geluk, omdat je voelt dat je ‘trouw’ moet blijven aan de pijn van je familie.
Een gevoel van disconnectie: Je voelt je vervreemd van je eigen cultuur of familie, alsof je er niet helemaal bij hoort. Voor veel Nederlanders met een koloniale of migratieachtergrond kan dit voelen als een gat in hun identiteit.
Lichamelijke reacties: Een strakke keel tijdens familieverhalen, chronische vermoeidheid na sociale evenementen, of zelfs vage maagklachten zonder medische oorzaak. Trauma-expert Bessel van der Kolk noemt dit ‘het lichaam dat de score bijhoudt’.

Familiegeheimen: Niemand praat over opa’s alcoholisme of de reden waarom tante nooit meer langskomt. Maar die stilte voelt zwaarder dan woorden.
Ik las ooit een verhaal op een forum: een vrouw beschreef hoe ze altijd in paniek raakte als ze een promotie kreeg op haar werk. Pas toen ze hoorde dat haar grootvader zijn bedrijf verloor tijdens de crisisjaren, viel het kwartje: succes voelde voor haar als verraad aan zijn strijd. Dit soort verhalen zijn overal, maar worden zelden hardop gedeeld.
Waarom praten we hier niet over?
Intergenerationeel trauma is een olifant in de kamer, vooral in Nederland, waar we vaak ‘doorgaan’ en ‘niet zeuren’. Er zijn een paar redenen waarom dit onderwerp zo lastig is:
Schaamte en loyaliteit: Het voelt als verraad om te praten over de pijn van je familie. Wat als je opa’s zwijgen over de oorlog zijn manier was om te overleven? Hem ‘blootstellen’ kan schuld oproepen.

Ontkenning van het verleden: In onze cultuur ligt de nadruk op het individu. We denken: “Dat was toen, ik leef nu.” Maar trauma kent geen klok. De verzwegen verhalen van de Hongerwinter, de repatriëring uit Indonesië, of zelfs de stille armoede van de jaren ’50, ze blijven hangen.
Gebrek aan woorden: Vooral in gemeenschappen waar emoties niet openlijk besproken worden, is het moeilijk om te benoemen wat je voelt. “Het is gewoon hoe we zijn,” hoor je dan. Maar is dat echt zo?
Daarnaast focust veel westerse therapie op het individu, terwijl intergenerationeel trauma collectief is. Het vraagt om een bredere blik: niet alleen op jou, maar op je familie, je cultuur, je geschiedenis. In Nederland, met onze complexe geschiedenis van kolonialisme en oorlog, is dit extra relevant. Hoe vaak praten we écht over wat de generaties voor ons hebben meegemaakt?

Heling van intergenerationeel trauma is geen sprint; het is een lange wandeling. Hier zijn een paar praktische, maar eerlijke stappen om te beginnen:

Geschiedenis opgraven (met grenzen): Vraag je ouders of grootouders naar hun verhalen, maar stel grenzen als het te zwaar voelt. Soms is een oude brief of foto al genoeg om een puzzelstukje te vinden.

Therapie die past: Methodes zoals EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) of familieopstellingen kunnen helpen om trauma’s te verwerken, vooral als ze rekening houden met je culturele achtergrond. Zoek een therapeut die snapt hoe familie en geschiedenis samenhangen.

Rituelen creëren: Schrijf een brief aan een voorouder – niet om te versturen, maar om te erkennen wat zij droegen. Of steek een kaars aan voor hun ongehoorde verdriet. Dit soort kleine handelingen kan een gevoel van vrede geven.

Praat, ook al is het eng: Deel je verhaal, al is het maar met één vertrouwde vriend. Of schrijf anoniem op een forum. Het benoemen van de pijn breekt de cyclus van stilte.

Een persoonlijke tip: ik hoorde eens van iemand die een ‘familieboom van kracht’ tekende, met niet alleen de pijn, maar ook de veerkracht van haar voorouders. Het hielp haar om trots te voelen in plaats van schaamte.

Intergenerationeel trauma is geen vloek die je voor altijd draagt. Het is een uitnodiging om te kijken naar wat je meekreeg, om de gebroken gereedschappen in je familie te repareren. Door te erkennen wat er was, geef je jezelf, en de generaties na jou, een kans op een stillere, lichtere erfenis.


Reactie plaatsen

Reacties

Pieter Otto
8 dagen geleden

Op 7 november 1844 schoot mijn betovergrootvader sergeant Fokko Wiebolt Henricus Otto korporaal Dirk Hendrik Appel dood. Fokko was toen 37 jaar en nog ongetrouwd, hij had een 2 jaar oudere zus die op 1 maart van datzelfde jaar was overleden en een 2 jaar jongere broer.
Fokko was de zoon van Franciscus Josephus en Maria Wilhelmina Hendrika Heikens. De familie bestond vooral uit muzikanten en dansmeesters. Ook zijn opa was militair en later dansmeester geweest.

Tijdens mijn zoektocht naar genealogische wortels liep ik bij toeval tegen dit verhaal aan. Er zijn krantenberichten over het voorval en de rechtsgang te vinden. Fokko had zijn manschappen opdracht gegeven hun geweren te laden terwijl hij hen dreigde met een geladen geweer. De korporaal die van de wacht terugkwam stuurde hij echter weg onder de dreiging hem anders te doden. De korporaal antwoordde dat Fokko dit niet kon menen waarna Fokko zei ‘Denk je dat ik dat niet durf?’ En tegelijkertijd schoot hij de korporaal dood.
Fokko werd gearresteerd en drie dagen later deed hij, terwijl hij in verzekerde bewaring was gesteld, een zelfmoordpoging.
Op 20 februari 1845 werd hij door de krijgsraad vrijgesproken op grond van ‘verstandsverbijstering (monomania)’, waarna hij werd overgebracht naar een krankzinnigengesticht voor soortgelijke lijders.

Anderhalf jaar later, op 26 okt 1847 staat in de krant dat hij als dansmeester in Groningen aan het werk gaat.
In april 1848 trouwt hij met Trientje Schuitema. Zij krijgen zes kinderen, waaronder een tweeling, een jongen en een meisje welke binnen een jaar overlijden. Het beroep muzikant en dansmeester komt na Fokko niet meer voor in de familie.

Over mijzelf: ik ben 63 en heb in de afgelopen 30 jaar meerdere periodes van therapie gehad, ik kreeg diagnoses als bipolaire stoornis en een ontwijkende persoonlijkheid. Ik worstelde met alcohol en drugs. Het gaat nu goed met me, ik ben is rustiger vaarwater terecht gekomen. Helaas heb ik wel het contact met mijn zus verloren. Ik zou graag samen gebeurtenissen uit onze jeugd willen verwerken, maar zij durft dit niet en blijft liever op de vlakte. Voor mij is het echter onmogelijk om te doen of er niets gebeurd is.

Ik probeer nu te begrijpen hoe voorgaande generaties het trauma van Fokko hebben overleefd en doorgegeven.