Over de kleuren van symptomen die je lijf kent, maar je woorden niet
Als ik aan mensen vraag hoe hun trauma voelt, krijg ik zelden een antwoord in woorden als "hyperarousal" of "intrusies". Ik krijg antwoorden als: "het voelt grijs", "het is alsof ik achter glas zit" of "het is een lamp die nooit uitgaat". Mensen praten in beelden. Dus ben ik gaan kijken naar de kleuren.
Een kleine kanttekening: dit is geen wetenschap. Er bestaat geen officiële kleur voor een flashback. Het zijn metaforen die opvallend vaak terugkomen. Maar juist daarom zijn ze zo bruikbaar.
Het alarm is rood
Overprikkeling, hartkloppingen, schrikreacties, een kort lontje: dat is rood en fel oranje. Het lichaam staat in de startblokken, ook als er niets aan de hand is. Het zenuwstelsel denkt dat het gevaar er nog is.
De flits is wit
Flashbacks en nachtmerries voelen niet als herinneren. Ze voelen als een flits die je overvalt, zonder dat je erom vroeg. Wit, koud geel, scherp en onverwacht.
Vermijding is grijs
Wie niets wil voelen, draait de volumeknop omlaag. Wat overblijft is grijs en beige. Het probleem: de knop dempt ook de vreugde. Veel mensen merken pas later dat ze niet alleen de pijn kwijt zijn, maar ook de kleur van het gewone leven.
Dissociatie is melkglas
Alles is er nog, maar het zit achter een laag. Mistig wit, een waterige kleur. Je ziet je eigen handen en ze voelen niet van jou. Het is een slimme overlevingsreactie: als vechten en vluchten niet kan, ga je weg van binnen.
Schaamte is donkerrood
Zwaar, bijna paarsbruin. Een kleur die naar binnen trekt in plaats van naar buiten. Wie als kind het idee kreeg dat het zijn schuld was, draagt dit vaak jarenlang mee. Schuld voelt namelijk veiliger dan machteloosheid.
Leegte is inktzwart
Diepblauw dat langzaam zwart wordt, de stilte van een winteravond. Niet altijd verdriet, soms gewoon afwezigheid van alles. Houdt dit lang aan, zoek dan hulp. Dit is geen kleur om alleen mee te blijven zitten.
Waakzaamheid is neongeel
Een lamp die nooit uitgaat. Je scant gezichten, uitgangen en geluiden. Van buiten lijk je rustig, van binnen draait de radar op volle kracht. Daarom ben je aan het eind van de dag doodmoe zonder dat je iets gedaan hebt.
En complex trauma?
Bij complex trauma is er zelden één kleur. Het is eerder vuil water waarin alle verf door elkaar is gelopen. Of een schilderij waarvan de kleuren één voor één zijn weggehaald. In één uur kun je door rood, melkglas, grijs en donkerrood gaan. Dat is geen chaos zonder reden, het is een systeem dat probeert te overleven met alles wat het heeft.
Warm en koel
Wat opvalt: vechten en vluchten zijn warm en fel, bevriezen en dissociëren zijn koel en vlak. Dat past bij een veelgebruikt beeld van het zenuwstelsel, van mobilisatie naar immobilisatie. Het helpt om te weten aan welke kant je vaak zit. Wie veel in het warme zit, heeft rust nodig. Wie veel in het koele zit, heeft voorzichtig contact met zijn eigen levendigheid nodig.
Wat doe je ermee?
Geef je kleur een naam. "Ik zit nu in het grijs" schept al een beetje afstand tussen jou en wat je voelt. En vraag jezelf 's avonds drie dingen: welke kleur had mijn dag vooral, welke kwam onverwacht langs, en welke heb ik gemist?
Herstel is geen terugkeer naar een oorspronkelijk wit. Het is het langzaam terugbrengen van kleuren die verloren waren, en het leren dimmen van kleuren die te fel stonden. Dat gaat niet snel en niet in een rechte lijn.
Je bent niet je kleuren. Je bent degene die ze ziet.
Wil je dit uitgebreider lezen? Het boekje De kleuren van trauma gaat dieper in op elke kleur. Dit artikel vervangt geen behandeling: heb je hulp nodig, neem dan contact op met je huisarts of een traumagerichte behandelaar.
Reactie plaatsen
Reacties