Steen, papier, schaar

Gepubliceerd op 13 oktober 2026 om 16:03

Het kinderspel dat verklaart hoe we onszelf beschermen

Waarom je overlevingsstrategie lijkt op een spelletje op het schoolplein en waarom dat hoopvol is.

Twee handen achter de rug. Een korte telling. Een vuist, een vlakke hand, twee vingers als een schaar. Iedereen kent het. Het wordt gespeeld op schoolpleinen, in wachtkamers, bij het verdelen van de afwas. Maar steen, papier, schaar is meer dan een spelletje. Het is misschien wel het kleinste en eerlijkste model dat we hebben van hoe mensen met pijn omgaan.

Geen enkele reactie wint altijd!
Wat maakt het spel zo goed? Er zijn maar drie gebaren en drie regels, en toch is er geen beste keuze. Als steen altijd het sterkste was, zou niemand ooit iets anders kiezen. Het spel werkt doordat elk gebaar sterk is tegen één ander gebaar en zwak tegen het derde.
Dat is een van de eerlijkste beschrijvingen van kwetsbaarheid die ik ken. Geen enkele houding is onverslaanbaar. En toch lopen er rond mensen, misschien ben jij er één, die al jaren dezelfde hand spelen. Niet omdat het werkt, maar omdat het ooit werkte.

De drie gebaren

Wie in een onveilige omgeving opgroeit, ontdekt ergens een gebaar dat werkt. Het wordt een vuist, een omhulsel of een schaar. Het werkt zo goed dat het blijft. Jaren later sta je in een andere kamer, met andere mensen en maakt nog steeds hetzelfde gebaar. Niet omdat het past, maar omdat het ooit het leven redde.

Steen is verharden. Geen emotie tonen, niet laten merken dat iets raakt, doorgaan alsof er niets aan de hand is. Steen zegt: ik heb niemand nodig, ik red me wel. Het is een bijzonder krachtige strategie, steen presteert, bouwt carrières, draagt gezinnen. Maar wat niet naar binnen kan, kan ook niet voeden. Steen is eenzaam, ook in gezelschap. En gevoelens verdwijnen niet doordat je ze buiten de deur houdt. Ze wachten.

Papier is omhullen en aanpassen. Jezelf wikkelen om de behoeften van een ander. Het is de reactie van wie leerde dat veiligheid ontstaat door zacht, behulpzaam en onzichtbaar te zijn. Papier is vaak geliefd, de collega die iedereen mag, de vriend die altijd luistert. Maar wie jarenlang om anderen heen vouwt, weet op een gegeven moment niet meer wat de eigen vorm is. En papier is dun: wie veel draagt, scheurt.

Schaar is doorknippen en scheiden. Een band verbreken, afstand nemen, weglopen. In de meest ingrijpende vorm: jezelf losknippen van wat je voelt. Wie als kind niet kon vechten en niet kon vluchten, had soms alleen nog dit: ergens anders heen in het hoofd. Het is een briljant mechanisme, het maakt het ondraaglijke draaglijk. Maar schaar knipt niet selectief. Wie leert af te knippen wat pijn doet, knipt vaak ook af wat goed is.

Waarom je na verlies wisselt van gebaar

Hier wordt het interessant. Onderzoek naar spelgedrag laat zien dat mensen allesbehalve willekeurig spelen. Na een verlies wisselen we opvallend vaak naar het gebaar dat het vorige gebaar zou hebben verslagen. Wie met steen verloor (van papier), kiest de volgende ronde vaak schaar. Logisch en voorspelbaar.
Bij trauma wordt die reflex een levensstijl. Wie met het ene gebaar toch wordt geraakt, grijpt naar het volgende. Vandaag steen, volgende maand papier, daarna schaar, en dan weer steen. Van buiten lijkt dat grillig. Van binnen is het heel consequent: elk gebaar is een antwoord op de pijn van het vorige.
Dit verklaart waarom mensen soms zo verschillend overkomen: de ene week afstandelijk, dan weer warm en behulpzaam, dan ineens verdwenen. Het is geen onbetrouwbaarheid. Het is een systeem dat zijn drie gebaren afwisselt, op zoek naar het gebaar dat eindelijk niet pijn doet.
En hier is de pijnlijke én bevrijdende ontdekking: dat gebaar bestaat niet. Binnen het spel is geen veilig gebaar. Veiligheid zit niet in een gebaar. Het zit buiten het spel.

Het spel verlaten

Het spel kent geen vierde gebaar. Er is geen gebaar waarmee je het stopt. Alleen wie zijn hand opent, neerlegt en weigert verder te spelen, verlaat de cirkel.
Dat is voor een overlevingssysteem een enorme stap. Alle drie de gebaren bieden controle; een open hand biedt dat niet. En kwetsbaarheid voelt voor een systeem dat veel gevaar heeft gemeten niet als vrijheid, maar als gevaar.
Daarom gebeurt het zelden als een besluit. Het gebeurt in kleine momenten: een seconde waarin je je vuist níét sluit. Een "nee" waarop de wereld niet vergaat. Een gevoel waar je bij blijft zitten in plaats van het weg te knippen. Een moment waarop iemand je omhult zonder iets terug te vragen.
Geen spectaculairse gebeurtenissen. Maar het zijn de momenten waarop de hand begint te openen.

Het doel is niet dat je nooit meer een vuist maakt. Soms is een vuist precies wat nodig is. Soms is omhulling wat een ander nodig heeft, en soms is weggaan de gezondste beslissing. Het doel is dat het jóúw keuze is. Dat je hand van jou is.

 

Dit is geen diagnose en geen behandelmethode, maar een taal om iets zichtbaar te maken. Bij klachten die je dagelijks leven beperken: praat met iemand die je vertrouwt of met je behandelaar. 

Deze blog is gebaseerd op het boekje "Steen, papier, schaar — over overleven, wisselen en herstellen." Wil je het hele boek lezen, met werkbladen en oefeningen? Download het gratis op Gratis Boeken op deze website.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.